Skip to main content

Zodra ik in de achteruitkijkspiegel kijk, weet ik hoe laat het is. Ik zie in de reflectie een politieauto achter ons rijden. Met de kennis van nu weet ik dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de zwaailichten aangaan en we naar de kant van de weg worden begeleid. Het zijn juist die seconden waarin ik mezelf geen houding weet te geven. Ik word ineens hyperbewust van alle details. Rijd ik niet te hard? Of juist te zacht? In een poging om niet te veel op te vallen, ga ik twee kilometer harder rijden dan de toegestane snelheid. De exacte snelheid lijkt me zo verdacht. En verdacht, dat wil ik niet zijn. Om de paar seconden controleer ik mijn spiegel. Nog geen blauwe lichten. In een poging mezelf wat tot rust te brengen, verleg ik mijn focus naar mijn ademhaling. Gewoon blijven ademen. Doorademen en me niet verdacht gedragen. Ik check mijn gordel. De spiegel. Mijn tanden. De spiegel.

Dat we de grens opzoeken, weten we nu wel. En dat wordt ons heel duidelijk zodra we een sms ontvangen: ‘Welkom in Wit-Rusland’. Voor de duidelijkheid: we rijden in Polen, op de grens met Wit-Rusland. In dat opzicht is het ook niet gek dat we nu in deze situatie verkeren. In meerdere opzichten wijken we af. En wat afwijkt, valt op. Een geel kenteken, een busje en geen witte man achter het stuur. Oké, eerlijk is eerlijk, Kevin rijdt, maar dat bekt niet zo lekker voor het verhaal. Enfin.

Ik voel me opgelaten en in een poging van dat gevoel af te komen, overweeg ik kort om zelf de bus langs de weg te zetten. Ik check voor de laatste keer de spiegel. En jawel, daar zijn ze: de blauwe lichten. Eindelijk, de blauwe lichten die ons naar de kant van de weg begeleiden.
Ik parkeer de bus langs de weg, draai het raampje open en zet een vriendelijke lach op. In de wetenschap dat er niets tussen mijn tanden zit. De zwaarbewapende militair geeft me een ietwat ongemakkelijk gevoel. Toch ben ik opgelucht dat we langs de kant staan, want ik heb niets te verbergen. En dat blijkt wanneer we na een kwartier weer op de weg zitten.

 

 

De grens wordt niet alleen letterlijk opgezocht. Wanneer buikgriep onze bus bereikt, worden ook mijn fysieke grenzen opnieuw scherp gesteld. Terugschakelen, vertragen en uiteindelijk stilstaan. Of beter gezegd: stil liggen. Die noodzakelijke stilstand werd me ook pijnlijk duidelijk tijdens het beklimmen van het Tatragebergte. Wat oorspronkelijk een vijf uur durende wandeling zou zijn, groeide uit tot een tocht van zeven uur. Mijn dieet? Bouillon en witte rijst. Toiletten? In geen velden of wegen te bekennen. Je kunt je voorstellen hoe gezellig ik was op bepaalde momenten. En de beren op de weg – ja, letterlijk – maakten me duidelijk dat ik mijn herstel de volgende keer iets beter moet begrenzen.

Elke reis brengt onverwachte momenten met zich mee. Soms zijn het grenzen die je bewust opzoekt, zoals de grens tussen landen, en soms zijn het grenzen die je gedwongen wordt te verkennen. Of het nu zwaailichten zijn die je naar de kant dwingen of een berg die je uitdaagt, je wordt telkens weer herinnerd aan je eigen grenzen en hoe je deze kunt verleggen.

En uiteindelijk, met of zonder blauwe lichten, is dat misschien wel het belangrijkste van elke reis: je grenzen opzoeken, verleggen, en soms gewoon accepteren.

Op naar de volgende grens, waar die ook mag liggen.

Op de hoogte blijven van onze nieuwste blogs?

Schrijf in | Bevestig mail | Controleer spam